Parkingoverpeinzingen

[Oorspronkelijk geschreven in 2003]

“All journeys have secret destinations of which the traveller is unaware.” —Agneta Pleijel, En vinter i Stockholm

In de huidige maatschappij wordt autobezit door veel mensen als essentieel ervaren. In de eerste plaats natuurlijk vanwege de vrijheid die een auto met zich meebrengt, maar voor een aantal mensen betekent een auto meer. Sommigen, jonge gasten doorgaans, kopen een anoniem autootje en bouwen hem uit tot hij eruit ziet als een ruimteraket, terwijl anderen er een punt van maken om met het sjiekste van het sjiekste rond te rijden. Nog anderen, waaronder ikzelf, struikelen op een gegeven moment per abuis over een verwaarloosde oude old-timer,worden halsoverkop verliefd, en zijn korte tijd later, door de typerende mix van onwetendheid en blindheid voor zwakheden, een auto rijker en een halve spaarboek armer.

Een van de charmante aspecten van het eigenaarschap van een courante old-timer, in mijn geval een Volvo Amazon, is dat je er alles nog zelf aan kan doen. De mechanische kant is eenvoudig, de stukken zijn gemakkelijk te krijgen, en ze zijn ook niet duur. Je begint met kleine dingen: een kapotte toerenteller herstellen, de transmissieolie vervangen, enzovoort. Stap voor stap begin je ook grotere dingen te tacklen. Een dertig jaar oud remsysteem moet gerenoveerd worden als je niet op een gegeven moment om een boom geplooid wil eindigen, en de ophanging heeft ook nieuw rubber nodig om aan te voelen zoals Vader Volvo het indertijd bedoelde. Naarmate de tijd vordert, ontstaat zelfs een vorm van wantrouwen tegenover de garagist: je moet de auto daar achterlaten, dus je ziet niet wat ermee gebeurt. Vergeten ze niets? Het gaat tenslotte over een oude auto; weten ze nog wel hoe die in elkaar steekt? En - zeer belangrijk - zullen ze je mooie oudje wel het respect tonen dat hij verdient? Trouwens, wat we zelf doen, doen we beter, nietwaar? En zo wordt je op den duur het slachtoffer van de inwendige controlefreak die zich bij de meeste mensen wel op de ene of andere manier manifesteert.

Zolang alles goed gaat, is dit geen enkel probleem. Integendeel, je wordt trots op wat je bereikt hebt. Je kent je eigen auto door en door, problemen kan je op korte tijd zelf oplossen, en op den duur kan je ook bij anderen redelijk accuraat diagnoses stellen en alzo je kennis tentoon spreiden. Op een gegeven moment echter, loop je toch met je hoofd tegen de muur. Bij mij gebeurde het op de terugtocht van een reis naar Zweden, waar ik eerder al over schreef (Uitlaat nr. 79, 03/03). In eerste instantie liet de starter het afweten, wat even paniek veroorzaakte maar opgelost geraakte door de auto in gang te (laten) duwen, maar halverwege terug in Duitsland werd het erger: een wiellager liep vast en werd vermorzeld. Na enkele ogenblikken mentale chaos overliep ik mijn opties.

Ik kon verder proberen te rijden tot de volgende afrit, en daar een garage proberen te vinden, hoewel het zondag was. Ik had wat gereedschap bij; ik zou zelf kunnen proberen uit te vissen wat er mis was. En tenslotte zou ik ook kunnen proberen om alsnog hulp te laten komen. Na een tijdje nadenken zette ik gelaten de motor af. Het was tot me doorgedrongen dat het weinig zin had om zelf nog iets te ondernemen: een afstand van betekenis rijden was niet meer mogelijk, en zelfs al zou ik zelf een diagnose kunnen stellen, dan nog zou ik het waarschijnlijk niet ter plekke kunnen herstellen. Op dat eigenste moment besliste ik, met de moed der wanhoop, om de controle over mijn lot uit handen te geven, en gewoon af te wachten wat er zou gebeuren. Dankzij een toevallige passant kon ik mijn reisverzekering bellen.

Wat toen volgde had ik niet verwacht: het voelde aan als een opluchting. Ik was bevrijd van de last en verantwoordelijkheid om mezelf koste wat het koste thuis te krijgen. Ik had mijn best gedaan, en met de kapotte starter alleen zou ik probleemloos (nuja…) thuis geraakt zijn. Maar soms gaan de dingen gewoon je petje te boven, en dan is het geen schande om iemand die er beter in is de brokken te laten lijmen. Het was geen plaag, geen vernedering om te zitten wachten bij de takeldienst, integendeel. Ik kon voor het eerst in twee dagen volledig ontspannen, in de wetenschap dat de mensen van de reisverzekering voor mij bezig waren. Ik vertrouwde erop dat er een oplossing zou komen.

Toen ik naast mijn auto zat te wachten op de takeldienst nam ik een pasgekocht boek vast: “En vinter i Stockholm” van Agneta Pleijel, en las op een gegeven moment de volgende zin: “All journeys have secret destinations of which the traveller is unaware.” Deze wonderlijke zin was de perfecte samenvatting van mijn reis: mijn bestemming was niet enkel Zweden geweest, maar vooral ook het besef dat de dingen doorgaans de neiging hebben om goed terecht te komen. Vanaf nu kijk ik met een geruster gemoed en meer vertrouwen tegen het dagelijkse leven aan.