De eerste keer

[Oorspronkelijk geschreven in 2003]

Het is een ogenblik dat iedereen zich herinnert. Sommigen met plezier, voor anderen zal het een ontgoocheling geweest zijn, maar op het moment zelf sta je daar natuurlijk niet bij stil. Je bent jong en je wil wat, en niets zal je tegenhouden. Ooit moet het er trouwens toch van komen: je wil een auto. En niet zomaar een auto, ho maar! Je wil een Automobiel: een vierwieler met karakter, waarmee je in stijl en met gratie over het asfalt naar je bestemming kan glijden. Het gaat tenslotte om een behoorlijk bedrag; zoveel geld heb je je hele leven nog niet in één keer bij elkaar gezien, laat staan uitgegeven. Dat verkwansel je niet aan een doordeweekse straatjapanner. Integendeel, je wil waar veel mensen over spreken maar weinigen aan durven beginnen: een old-timer!

Enige telefoontjes en enkele dagen afwachten later rijd je, met de auto geleend van je moeder, naar de eerste afspraak. Je begint vlot een babbeltje met de verkoper (of, god beware, zijn garagist die doet alsof HIJ de auto verkoopt), en loopt mee het obligate rondje rond de wagen, waarbij je tegelijk probeert om aan de praat te blijven, en toch de auto in detail te bestuderen. Uiteraard weet je niets over techniek, maar toch knik je ernstig als hij goochelt met cilinderinhouden, rembekrachtigers of wielbreedtes. Terwijl je maag zich langzaam in een knoop draait, ben je het nog met hem eens als hij beweert dat je nauwelijks merkt dat de auto geen stuurbekrachtiging heeft. Uiteraard weet je niets over carrosseriewerk, maar toch knik je ernstig als hij het heeft over hoe professioneel de wagen wel gelakt is. Je gelooft hem als hij beweert dat het herstellen van die roestplekjes hier en daar een fluitje van een cent is. Naarmate het gesprek vordert en je onwetendheid door de verkoper steeds meer in de verf wordt gezet, smelt je pose van zelfverzekerdheid als sneeuw voor de zon.

Als de woorden op zijn en het ogenblik aangebroken is voor de testrit, haalt de verkoper zelfbewust de sleutels uit zijn zak en installeert zich in de bestuurderszetel alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Je bent ondertussen zo murw dat je niet durft te protesteren. De verkoper rijdt met zwier de parking af, zwenkt de straat op en drukt het gaspedaal wat dieper in. De wagen maakt veel lawaai, maar voor een oude auto is dat normaal, nietwaar? En bovendien word je dat snel gewoon. En die pinkers die sneller naar links pinken dan naar rechts? Och, dat is een kwestie van een lampje vervangen, ze pinken juist sneller om je te laten merken dat er een lampje kapot is.

Ondanks het feit dat je niet in dezelfde klasse speelt als de verkoper als het op vakkennis aankomt, lijkt het er toch allemaal nog best goed uit te zien, en inwendig heb je, verblind door de praatjes van de verkoper en je eigen honger naar een auto, besloten dat je hem koopt. Als het moment komt om over de prijs te onderhandelen, weerhoudt je geplette zelfvertrouwen je ervan om de verkoper tegen te spreken, al weet je best dat de onvolmaaktheden van de auto de prijs zeer onderhandelbaar maken. Met de moed der wanhoop bied je tienduizend frank onder de prijs, en met een grootmoedig gebaar stemt de verkoper in. Tenslotte wisselt het voorschot van eigenaar, en is de kogel door de kerk.

Enige tijd later rijd je met de wagen van het erf. Zeer goed beseffend dat je je niet echt verweerd hebt als een duivel in een wijwatervat, hoop je met een steen in je maag dat de verkoper je niet al te erg in de zak gezet heeft… De rit naar huis wordt zo de testrit die je eigenlijk had moeten maken vóór de verkoop, en het karakter van de auto manifesteert zich meteen: het stuur trekt zwaar naar rechts (uitlijning? slepende rem?), je moet met beide voeten op de rem gaan staan om op een redelijke afstand tot stilstand te komen (rembekrachtiger? remleidingen?), en als je na 100km eindelijk thuiskomt, blijk je nog slechter te horen dan na een avondje Zillion of Boccaccio. En dat fitness-abonnement kan je ook opzeggen: achter dat stuur zal je snel genoeg spieren kweken.

Maar je hebt een old-timer! Wie kan dat nog zeggen? Je hebt de mooiste auto in de wijk! De mensen kijken (jaloers?) naar je als je aan het rijden bent, en als je er ergens mee parkeert word je voortdurend aangesproken door mensen die hun goede herinneringen aan zo’n auto willen vertellen. Wie maakt dat nog mee? Hoewel, naarmate je nog advertenties en echte exemplaren ziet, leer je dat je veel te veel betaald hebt. Naarmate je meer kilometers aflegt, begint de leeftijd van de auto zich op nog andere manieren te manifesteren. Na een tijdje realiseer je je met tegenzin dat het geen zin meer heeft om het te ontkennen: je hebt niet bepaald de zaak van je leven gedaan. Maar ja, gedane zaken nemen geen keer. Les geleerd voor de volgende keer!?